Sabio Tarot · Kaartspellen en systemen
Lees je alle tarotdecks met 78 kaarten op dezelfde manier?
Twee boeken kunnen allebei 78 hoofdstukken hebben en toch heel andere verhalen vertellen. Bij tarotdecks is dat vergelijkbaar: 78 posities bieden een gemeenschappelijke kaartindeling, maar garanderen geen identieke afbeeldingen, namen of methoden. Het aantal helpt je een kaart terug te vinden; de editie vertelt je wat je voor je ziet.
De gebruikelijke structuur van 56 kaarten in kaartkleuren, 21 troeven en De Dwaas wordt beschreven door het Metropolitan Museum of Art. Het V&A laat zien hoe het Rider-Waite-Smith-deck van Pamela Colman Smith de visuele ervaring van de Kleine Arcana veranderde. Een Marseille-deck en dat deck kunnen evenveel kaarten bevatten, terwijl je ze visueel heel anders leest.
Dezelfde plaats, een ander beeld
De Acht van Munten neemt in beide decks een herkenbare plaats in. Op veel Marseille-decks zie je acht munten in een sierlijke compositie; in Rider-Waite-Smith werkt een persoon aan de schijven. Een uitleg die steunt op de handeling van die ambachtsman is geen waarneming van de Marseille-kaart. Je kunt die handeling als geleende metafoor gebruiken, zolang je dat weet en geen detail aan de afbeelding toeschrijft dat er niet op staat.
De BnF bewaart uiteenlopende Marseille-tarots en varianten. Zelfs binnen één familie kunnen kleuren, lijnen, namen en restauraties verschillen. ‘Mijn deck is Marseille’ helpt dus bij de oriëntatie, maar vervangt de naam van de editie niet wanneer je een detail bestudeert.
Dezelfde namen, andere nummers
Gerechtigheid en Kracht vormen een snelle controle. In veel Marseille-edities draagt Gerechtigheid VIII en Kracht XI; Rider-Waite-Smith wisselt die nummers doorgaans om. Als een boek alleen naar VIII verwijst zonder titel, kun je bij de uitleg van de andere kaart belanden. Een inhoudsopgave op naam en een eigen overzicht van de overeenkomsten lossen dat probleem op.
Er zijn ook hedendaagse decks die hofkaarten, kaartkleuren of troeven een andere naam geven. Een ‘Bewaarster’ zou structureel de plaats van een Koningin kunnen innemen, maar leid dat niet af uit een veronderstelde overeenkomst in gender. Zoek de correspondentietabel van de uitgever. Als die er niet is, blijft de verenigbaarheid met een extern handboek een hypothese, geen feit.
Een schema om te vergelijken vóór het lezen
| Vraag | Als het antwoord verschilt | Nuttige stap |
|---|---|---|
| Zijn er vier kaartkleuren met elk 14 kaarten? | De indeling van de Kleine Arcana verandert | Gebruik eerst het boekje bij het deck |
| Tonen de cijferkaarten taferelen? | De visuele basis verandert | Neem beschrijvingen uit een ander boek niet klakkeloos over |
| Dragen Gerechtigheid en Kracht VIII/XI? | De nummering verandert | Zoek op naam en controleer het nummer |
| Zijn er extra kaarten? | De reikwijdte van de legging verandert | Bepaal hun functie vóór het schudden |
| Noemt het boek de editie? | De nauwkeurigheid van het voorbeeld verandert | Vergelijk vier controlekaarten |
Vul dit schema in voor je deck en het boek dat je wilt gebruiken. Een algemeen ‘ja’ op ‘het zijn allebei tarotdecks’ beantwoordt geen van deze praktische vragen.
Een voorbeeld met dezelfde vraag
Vraag: ‘Hoe wil ik een nieuwe vaardigheid leren?’ Eén positie: ‘middel dat ik kan ontwikkelen’. Je trekt de Acht van Munten. In Rider-Waite-Smith biedt het tafereel van herhaald werk een visuele hypothese over doelgericht oefenen. Bij een Marseille-kaart met acht munten kun je beginnen met aantal, symmetrie en de conventie van de kaartkleur als materiële middelen; misschien vraag je hoeveel tijd en welke hulpmiddelen je aan het leren kunt besteden. Beide lezingen kunnen leiden tot een studieplan, maar ze komen voort uit verschillende waarnemingen.
Geen van beide decks bepaalt op zichzelf hoelang het duurt voordat je de vaardigheid beheerst of vervangt het oefenen. Het voorbeeld laat zien hoe je vanuit twee verschillende beelden een nuttige vraag formuleert, niet dat een afbeelding de uitkomst voorspelt.
Wanneer een handboek wel overdraagbaar is
Algemene principes — een positie vastleggen vóór je kaarten trekt, waarneming en hypothese scheiden, de samenvatting naast de vraag leggen — kunnen van het ene deck naar het andere meegaan. Concrete taferelen, esoterische correspondenties en nummering moet je controleren. Als een boek zegt ‘voor alle decks’ en vervolgens een landschap beschrijft dat jouw kaart niet toont, kun je de methode behouden en de onjuiste waarneming laten vallen.
Oefen de vergelijking met Marseille of Rider herkennen en wat je controleert voordat je een boek bij een modern deck gebruikt.
Dezelfde structuur laat verschillende vragen toe
De eerste keuze vóór een lezing is niet ‘wat betekent deze kaart?’, maar ‘wat probeer ik te onderzoeken?’. Een vraag over het uitspreken van een grens vraagt om een andere legging en samenvatting dan een vraag over het bestuderen van een deck. De indeling van 78 posities is voor beide bruikbaar, maar maakt van elke kaart geen vooraf ingevuld antwoord.
Stel dat de Koningin van Zwaarden verschijnt op een positie die ‘manier van handelen’ heet. Bij een Rider-Waite-Smith-editie kun je houding, voorwerpen en omgeving beschrijven. Op een Marseille-kaart zie je een andere compositie van figuur en kaartkleur. In beide gevallen kun je misschien een manier voorstellen om een oordeel uit te spreken. Die overeenkomst bewijst niet dat de illustraties gelijkwaardig zijn; ze laat zien dat de lezer verschillende kaarten met dezelfde functie van de legging heeft verbonden. De lezer moet die stappen kunnen uitleggen.
Het verschil valt nog meer op bij een deck dat de koninginnen een andere titel geeft. Als de uitgever de structurele overeenkomst vermeldt, blijft hun plaats binnen de 78 kaarten behouden. Als die overeenkomst niet vermeld wordt, kan een van buiten opgelegde toewijzing de bedoeling van het deck uitwissen. Een algemeen handboek helpt je vergelijkingstechnieken te leren; voor de eigen veranderingen van het moderne deck heb je de bijbehorende gids nodig.
Een compatibiliteitsproef van tien minuten
Kies een boek en twee decks van 78 kaarten. Zoek één kaart uit de Grote Arcana, twee cijferkaarten en één hofkaart. Noteer bij elke combinatie: ‘de naam komt overeen’, ‘het nummer komt overeen’, ‘het tafereel komt overeen’ en ‘het boek verklaart deze afbeelding’. Je hebt geen wiskundige score nodig; je wilt weten wáár het verschil zit. Als alleen de nummering van Gerechtigheid afwijkt, kun je een overeenkomst noteren. Als bijna alle taferelen afwijken, moet je het boek niet als visuele gids voor dat deck presenteren.
Neem vervolgens één uitleg uit het handboek en onderstreep wat letterlijk beschreven wordt: een figuur, voorwerp, richting of hoeveelheid. Controleer elk element aan de echte kaart. Wat niet zichtbaar is, kan een overdraagbare interpretatieve conventie zijn, maar moet zo benoemd worden. De zin ‘je ziet iemand munten bewerken’ kun je niet redden als het deck alleen acht schijven toont.
Deze oefening voorkomt twee uitersten: denken dat alle tarotdecks van 78 kaarten identiek zijn, of concluderen dat je niets uit een boek over een andere editie kunt leren. De structuur en methode kunnen meegaan; afbeeldingen en toeschrijvingen vragen om controle. Als je precies weet wat overdraagbaar is, kun je tegelijk vrij en zorgvuldig studeren.
Geraadpleegde bronnen
- Tim Husband, ‘Before Fortune-Telling’, Metropolitan Museum of Art. Geraadpleegd op 26-09-2026.
- ‘A history of tarot cards’, Victoria and Albert Museum. Geraadpleegd op 26-09-2026.
- Selectie van tarotdecks, Bibliothèque nationale de France. Geraadpleegd op 26-09-2026.